
De berichten over het voedseltekort in Gaza worden steeds alarmerender. Alle 25 bakkerijen van het Wereldvoedselprogramma (WFP) zijn dicht wegens gebrek aan meel en gas om de ovens mee te verhitten. De laatste voedselhulp wordt binnen de komende twee weken uitgedeeld, waarschuwen hulporganisaties.
De twee miljoen Gazanen zijn compleet afhankelijk van hulpgoederen van buitenaf. Begin vorige maand legde Israël een totale blokkade op aan het gebied. Sindsdien zijn er geen voedsel, water, brandstof of medicijnen binnengekomen.
De blokkade bleek de opmaat naar de hervatting van grootschalige militaire aanvallen op Gaza op 18 maart, na een bestand dat twee maanden standhield. Vandaag kondigde Defensieminister Katz een uitbreiding van het offensief aan. Hij zegt dat Israël grote delen van Gaza gaat innemen.
‘Afschuwelijke verhalen’
“Er is ontzettend weinig voedsel beschikbaar”, zegt Mirte Bosch, humanitair beleidsadviseur bij Oxfam Novib. “Sinds de afsluiting van hulp zijn de prijzen van groente en fruit met 200 procent gestegen.”
Bosch zegt dat haar collega’s in Gaza “afschuwelijke verhalen” doorgeven over honger en ondervoeding. “Het is al de dagelijkse realiteit dat kinderen maaltijden moeten overslaan. Tot kort geleden overleefden veel families op brood en thee, maar nu de bakkerijen dicht zijn is er voor veel van hen ook geen brood.”
Niet alleen honger heerst, maar ook dorst, zegt Bosch. Israël heeft begin maart ook de stroomtoevoer afgesneden naar de belangrijkste ontziltingsinstallatie in Gaza. “Daardoor verloor een half miljoen mensen toegang tot schoon water, en ook in andere delen van Gaza is de waterproductie nagenoeg onmogelijk. Daardoor zien we nu een toename in besmettingsziekten die te voorkomen zouden zijn als ze schoon water hadden om mee te wassen.”
Bombardementen hebben ook veel landbouwgrond en waterinfrastructuur vernietigd. “Dat treft dus waterstations die water rondpompen, watertanks, leidingen, zuiveringsinstallaties en irrigatiekanalen. En zelfs voor het bestand inging, mochten wij van Israël geen kleine zuiveringsinstallaties die op zonne-energie werken Gaza binnenbrengen.”
Twistgesprek over hulp
Het Israëlische leger spreekt de berichten over het voedseltekort tegen en beschuldigt Hamas ervan de eigen bevolking uit te hongeren. Volgens het legeronderdeel dat hulptransporten naar Gaza coördineert reden er tijdens het staakt-het-vuren meer dan 25.000 trucks met voedsel en hulpgoederen het gebied binnen. Dat zou meer dan genoeg voedsel moeten zijn voor lange tijd, “als Hamas het maar aan de burgers gaf”, zegt het leger.
Een woordvoerder van de Verenigde Naties noemt de Israëlische uitspraak “belachelijk” en zegt dat “alleen de laatste restjes van onze voorraad nog overblijven.” De woordvoerder voegt toe dat “de WFP zijn eigen bakkerijen niet voor de lol dichtgooit. Als er geen meel en geen gas is, kunnen ze niet openblijven.”
Maar volgens Israël is de VN alleen verantwoordelijk voor zo’n 30 procent van alle hulp die tijdens het bestand binnenkwam, en zou veel van de andere 70 procent door Hamas worden achtergehouden.
“Wat betreft die claim van Israël, het gaat in ieder geval niet op voor de hulpgoederen van Oxfam Novib”, zegt Bosch. “Wij monitoren heel streng op wat er binnengaat en waar dat terechtkomt. Tijdens het bestand hebben we 200.000 mensen geholpen met voedsel en andere levensbehoeften.”
Bosch reageert ook sceptisch op de uitspraak van Israël dat er meer dan genoeg voedsel is. “Het is niet zo dat er tijdens het staakt-het-vuren grote voorraden zijn aangelegd in Gaza. Alles wat er binnenkwam, was meteen nodig vanwege de grote tekorten die er al waren. Wij erkennen dat beeld dus absoluut niet.”
Tekorten en onveiligheid
Oxfam Novib heeft in Gaza ook bijna niets meer om uit te delen, zegt Bosch. “Vorige week waren onze voorraden zo goed als leeg. Onze hygiënekits zijn ook bijna op. We kunnen alleen nog in heel beperkte mate drinkwater uitdelen aan ontheemde gemeenschappen en een beetje financiële hulp bieden aan families die het voedsel op de lokale markten kopen.”
Behalve het gebrek aan hulpgoederen is inmiddels de veiligheid van hulpverleners ook een groot probleem, benadrukt Bosch. “Voor het staakt-het-vuren inging, was er een notificatiesysteem waarmee hulpverleners het Israëlische leger op de hoogte konden stellen als ze ergens in het oorlogsgebied hulp gingen geven. Na het hervatten van de vijandigheden, wordt dit systeem door Israël niet meer gebruikt. Daardoor is er geen enkele veiligheidsgarantie meer voor hulpverleners.”