
Meer dan 90 uur na de aardbeving hebben reddingswerkers in Myanmar een 63-jarige vrouw levend onder het puin van een ingestort gebouw vandaan gehaald. Terwijl de kans op het vinden van overlevenden zes dagen na de beving steeds kleiner wordt, loopt het dodental verder op.
De officiële teller staat op ruim 2700 doden, maar lokale tellingen komen uit boven de 3700. Volgens het regime zijn er meer dan 400 vermisten. “We nemen aan dat de meesten dood zijn”, zei juntaleider Min Aung Hlaing gisteren. “Er is een kleine kans dat ze nog in leven zijn.”
VN-functionarissen die de bevingsschade in Myanmar hebben opgenomen roepen de wereldgemeenschap op om meer werk te maken van de hulp aan het Zuidoost-Aziatische land. Zeker nu het regenseizoen nadert, waardoor de leefomstandigheden nog nijpender worden, waarschuwen ze.
De belangrijkste levensbehoeften zijn nu drinkwater, voedsel, onderdak en medicijnen, zegt Marcoluigi Corsi, waarnemend humanitair en plaatselijk coördinator van de VN na een bezoek aan hoofdstad Naypyidaw. Hij zag met eigen ogen de schade aan woningen, wegen, bruggen, ziekenhuizen en scholen.
Staakt-het-vuren
Meerdere gewapende rebellengroepen die strijden tegen de junta hebben gezamenlijk een eenzijdig staakt-het-vuren van een maand aangekondigd, om hulpverlening mogelijk te maken. Op staatszender MRTV zei juntaleider Min Aung Hlaing dat het leger de offensieven heeft gestaakt, maar wel defensieve maatregelen tegen rebellengroepen blijft nemen.
De VN dringt aan op een consequent en onmiddellijk staakt-het-vuren zodat hulpverleners veilig hun werk kunnen doen. De internationale hulpverlening in het land, dat sinds de militaire coup van 2021 weer zeer gesloten is, komt moeizaam op gang, hoewel het leger kort na de aardbeving zei open te staan voor hulp uit het buitenland.
Beelden uit de zwaar getroffen buursteden Sagaing en Mandalay: